De toekomst van de werkplek: hybride ja, tegelijkertijd nee

Futureoffice
Marjon Meijer
Auteur: Marjon Meijer

Isabel De Clercq behandelde hier de vraag: ‘hoe maken we van de hybride werkplek een succes?’ Hoe integreren we de digitale werkplek in ons leven op zo’n manier dat dat goed is voor onze impact en ons welzijn? Met andere woorden: hoe herstructureren we onszelf?

Een interessante discussie die bij het begin van de eerste lockdown even in alle openheid leek te worden gevoerd. Dan dreigde onze maatschappelijke drang tot framing en fragmentering het over te nemen en het debat in de kiem te smoren, maar met De Clercq vatten we moed om ons hier opnieuw tegen te verzetten. Vanaaaaf.... nu!

Focusuren en gedeelde ervaring

Sommige zaken lijken stilaan duidelijk te worden. Zoals: werkende technologie en een aandacht voor ergonomie op de thuiswerkplek zijn belangrijk. Maar ook: “Meetings moeten betekenisvol en interactief zijn, anders worden ze best vervangen door een email.” En: de grootste vijand van productiviteit is afleiding en reactief werk. Focusuren zijn een zegen, daar moeten we naartoe.

Wat we nog niet helemaal lijken te weten, is hoe we onze kantoren – de yangpoot van de hybride werkplek, best inrichten. De Clercq stelt de populair geworden visie dat de kantoor vooral een ontmoetingsplaats moet worden, in vraag. "Er zijn immers mensen die thuis niet rustig kunnen werken, zij moeten op kantoor die broodnodige focus kunnen vinden." Wat ook voorbij kwam vanavond: de hybride werkplek mag dan de toekomst zijn, hybride meetings zijn dat zeker niet. “Je moet zorgen dat de groep eenzelfde soort ervaring heeft: ofwel fysiek samen, ofwel allemaal digitaal.” Daar moet op het werk dan ook voldoende ruimte voor zijn. Ruimtelijke ordening op het werk wordt een vak apart.

Welzijn en verbinding

Wat we ook nog niet helemaal weten, is hoe goed te zorgen voor het welzijn van de medewerkers en voor verbondenheid tussen de collega’s. Uit een Bij-VOV-aan-de-Koffieautomaat sessie deze zomer kwam naar voren dat ook iedereen iets anders nodig heeft. Sommige mensen hebben deugd van dat online koffiekwartiertje zonder agenda, anderen niet. Sommige mensen zitten stilletjes met hun webcam aan samen te werken, voor anderen is dat een absurd idee. Wat uit het verhaal van Isabel De Clercq naar boven kwam: niet alleen heeft iedereen andere noden, iedereen heeft ook iets anders te geven. “Sommige leidinggevenden doen graag een check-in voordat de online meeting begint, anderen pakken liever de telefoon om mensen één-op-één te vragen hoe het gaat.” En daarvoor moeten we misschien ook niet alleen naar leidinggevenden kijken: wat hebben wijzelf te geven aan collega’s om meer verbinding te creëren? Hoe kunnen we helpen om aandacht op welzijn te vestigen en daar positief aan bij te dragen? We bespreken het Bij VOV aan de Koffieautomaat morgen om 10u. Geert Nijs vertelt ons daar alvast hoe hij in zijn team leercirkels introduceerde om de flow gaande te houden.

De Clercq zelf breekt een lans voor asynchroon werken, samenwerken maar niet tegelijkertijd. Je hebt dan meer tijd om na te denken en gelegenheid om zelf te laten zien waar je aan werkt. “Dit gebeurt bijvoorbeeld in de post-section van Teams en ook op Linkedin, waar mensen nog reageren op berichten van een week geleden.” Sociale media als plek van rust en reflectie, dat is op zich al een prikkelende gedachte.

En wat zeggen de cijfers?

Een vraag die op het einde van de voordracht werd gesteld is of er cijfers zijn die aantonen dat thuiswerk beter is voor de productiviteit dan werken op kantoor. De Clercq verwijst naar een onderzoek dat Frederik Anseel in augustus deed onder 6000 Australische ambtenaars waaruit bleek dat 35% van hen een positief effect op productiviteit door thuiswerk had gemerkt – en 57% geen verschil ervoer. Maar misschien is het ook nog wat vroeg voor echt interessante cijfers. De Clercqs pleidooi is net dat we er heel veel zelf aan kunnen doen om het thuiswerk – in combinatie met een werkplek op kantoor – goed te benutten. Zaken waar we nu nog niet optimaal in getraind zijn. We zijn zelf een factor in het slagen van thuiswerk. Om met Erika Vlieghe te spreken: “We zouden het moeten omdraaien.” Als leidinggevenden werken vanuit vertrouwen en beoordelen op output en als mensen zich de juiste dingen gaan afvragen (Hoe heb ik impact? Ben ik proactief?), is de kans dat thuiswerk bijdraagt aan productiviteit, hoger.

We zijn een factor-in-ontwikkeling in een periode van nog-niet-weten.

Het sterke aan het standpunt van Isabel De Clercq is dat ze dit blijft benadrukken en ten strijde blijft trekken tegen vooringenomen berichtgeving ten nadele van thuiswerken en digitalisering, in kranten maar evengoed door gewaardeerde bronnen als Anseel wanneer die zegt dat ontmoeting cruciaal is voor innovatie en creativiteit. “Laat u niet vangen door dit idee! De meest innovatieve bedrijven werken digitaal en asynchroon.” Zolang we in de experimenteerfase zitten, trekken we best geen overhaaste conclusies.