Wat maakt dat sommige leerervaringen écht iets in beweging zetten? Het antwoord schuilt vaak in het moment tussen besef (= "Ik doe iets verkeerd") en gedrag (= "Ik kan beter"). Hoe faciliteer je als trainer en coach net die tussenruimte? In Het liminale moment – Trainen en coachen voorbij de vorm onderzoeken auteurs Bert van Dijk en Anne-Lies Hustings wat er werkelijk gebeurt wanneer mensen veranderen. Een boeiende aanrader voor trainers, coaches en L&D-professionals die verder willen kijken dan methodieken en werkvormen. Lees hieronder de volledige recensie van Wim Annerel.

Auteur: Wim Annerel
Je kent het wellicht wel. Een deelnemer verlaat een opleiding met nieuwe inzichten, een flinke dosis enthousiasme en de beste voornemens. Maar enkele weken later blijkt er op de werkvloer weinig veranderd. Hoe komt dat? En wat maakt dat sommige inzichten wél een blijvende verandering teweegbrengen?
In Het liminale moment – Trainen en coachen voorbij de vorm gaan Bert van Dijk en Anne-Lies Hustings op zoek naar wat er werkelijk gebeurt wanneer mensen veranderen. Geen boek vol nieuwe werkvormen of handige stappenplannen, maar een uitnodiging om anders te kijken naar leren, trainen en coachen.
Wat is een liminaal moment?
Het woord liminaal komt van het Latijnse limen, wat 'drempel' betekent. Het verwijst naar een overgangsfase waarin het oude niet meer helemaal werkt, maar het nieuwe nog niet duidelijk is.
Denk aan een leidinggevende die tijdens een opleiding beseft dat zijn behoefte om alles te controleren eigenlijk voortkomt uit de angst om fouten te maken. Hij weet dat hij anders wil leidinggeven, maar hoe precies? Dat moet hij nog ontdekken.
Volgens de auteurs ligt precies in die tussenruimte de mogelijkheid tot fundamentele verandering. Niet wanneer iemand een nieuw model leert kennen, maar wanneer er vanbinnen iets verschuift.
Dat onderscheid vind ik interessant. Als opleidingsprofessionals besteden we veel aandacht aan leerdoelen, inhoud, methodieken en werkvormen. Allemaal belangrijk, uiteraard. Maar het zijn niet noodzakelijk die elementen die uiteindelijk het grootste verschil maken.
Soms gebeurt dat tijdens een onverwachte stilte, een confronterende vraag of een inzicht dat een deelnemer plots anders naar zichzelf doet kijken.
Minder sturen, meer waarnemen
De centrale boodschap van het boek is dat trainers en coaches zulke momenten moeten leren herkennen en er ruimte aan geven.
Dat vraagt een andere houding dan we misschien gewoon zijn. We zijn als trainer vaak bezig met het programma, de timing en de volgende oefening. Wanneer een deelnemer iets onverwachts inbrengt, willen we al snel reageren, verklaren of een oplossing aanreiken.
Van Dijk en Hustings nodigen ons uit om net dan even te vertragen.
Wat gebeurt er werkelijk bij die deelnemer? Wat wordt er gezegd, maar misschien ook niet gezegd? Wat merken we op in lichaamstaal, stemgebruik of emotie? En wat roept dat bij onszelf op?
De auteurs benadrukken daarbij het belang van aandacht, aanwezigheid en intuïtie. Ze putten onder meer uit de gestaltbenadering, haptonomie en het systeemdenken.
Hun pleidooi is duidelijk: durf als begeleider je eigen agenda tijdelijk los te laten en wees met je volle aandacht aanwezig bij wat zich aandient.
Dat klinkt eenvoudig, maar wie regelmatig voor een groep staat, weet dat dit allesbehalve vanzelfsprekend is.
Een verfrissende kijk, maar ook enkele bedenkingen
Wat ik sterk vind aan dit boek, is dat het de mens achter het leerdoel opnieuw centraal stelt.
We kunnen deelnemers allerlei technieken aanleren, maar als onderliggende overtuigingen of gewoontes hen tegenhouden, is de kans klein dat ze die technieken ook echt zullen toepassen.
Neem iemand die al verschillende opleidingen timemanagement volgde, maar nog altijd geen nee durft te zeggen. Misschien heeft die persoon niet nog een extra planningstechniek nodig, maar vooral inzicht in waarom grenzen stellen zo moeilijk is.
Tegelijk roept de benadering bij mij ook vragen op.
De auteurs leggen veel nadruk op intuïtie en het waarnemen van subtiele signalen. Dat kan waardevol zijn, maar intuïtie is niet onfeilbaar. Een deelnemer die stil wordt, beleeft niet noodzakelijk een diepgaand veranderingsmoment. Misschien is die gewoon moe of afgeleid.
Voor mij blijft het daarom essentieel om waarnemingen te toetsen in plaats van ze meteen te interpreteren.
Daarnaast vraagt deze manier van werken ook een goed besef van professionele grenzen. Wanneer wordt een training een individueel coachinggesprek? En wanneer raakt een begeleider aan thema's die eerder thuishoren in een therapeutische context?
Zeker in groepsopleidingen is dat een belangrijke afweging.
Een andere bedenking is dat het boek weinig concrete methodieken aanreikt. Dat is een bewuste keuze: een liminaal moment laat zich nu eenmaal niet plannen of afdwingen. Toch zullen lezers die graag met direct toepasbare handvatten aan de slag gaan, misschien wat op hun honger blijven zitten.
En laten we ook niet vergeten dat niet elke opleiding om diepgaande persoonlijke transformatie vraagt. Soms moet iemand gewoon een nieuwe vaardigheid leren. Ook dat is waardevol.
Wat betekent dit voor L&D?
Voor opleidingsverantwoordelijken zit de meerwaarde van het boek vooral in de vragen die het oproept.
Geven we deelnemers voldoende ruimte om stil te staan bij wat ze ervaren? Verwachten we van trainers dat ze hun programma nauwgezet afwerken, of mogen ze ook inspelen op wat er in de groep gebeurt? En kijken we bij de selectie van trainers alleen naar hun inhoudelijke en didactische expertise, of ook naar hun vermogen om echt contact te maken met deelnemers?
Het boek zet aan om opnieuw na te denken over wat een goede trainer onderscheidt.
Tegelijk zou ik er vanuit L&D nog iets aan toevoegen: een diepgaand inzicht is op zich geen garantie voor blijvende gedragsverandering. Ook de werkomgeving, de leidinggevende en de mogelijkheden om nieuw gedrag te oefenen, spelen een belangrijke rol.
Een liminaal moment kan het begin van verandering zijn. De transfer naar de werkvloer vraagt nog altijd aandacht.
Voor wie is dit boek interessant?
Het liminale moment is vooral een aanrader voor ervaren trainers en coaches die hun begeleidingsvaardigheden willen verdiepen en bereid zijn kritisch naar hun eigen aanpak te kijken.
Ook voor professionals die trainers begeleiden of opleiden, biedt het interessante gespreksstof.
Voor opleidingsverantwoordelijken is het minder een praktisch handboek en meer een uitnodiging om met een andere bril naar de kwaliteit en impact van opleidingen te kijken.
Wie pas begint als trainer en vooral op zoek is naar een duidelijke structuur of concrete werkvormen, vindt wellicht meer houvast in andere boeken.
Mijn conclusie? Het liminale moment is een compact, inspirerend boek dat je niet zozeer leert wat je als trainer moet doen, maar vooral hoe je als trainer aanwezig kunt zijn.
Niet alle ideeën zijn even concreet en sommige verdienen een kritische benadering. Maar het boek stelt wel een vraag die iedere L&D-professional zich af en toe zou mogen stellen: zijn we zo druk bezig met het organiseren van leren dat we soms voorbijgaan aan de momenten waarop iemand werkelijk iets leert?
Alleen al daarom is het de moeite waard om dit boek te lezen.
Recensie: Het liminale moment - Bert van Dijk en Anne-Lies Hustings